Wonen op een woonboot in Amsterdam: wat de herfst met je elektra doet

Om tien over zes op een dinsdagochtend in oktober zat ik met een halve boterham in het donker. Geen koelkast die bromde, geen ventilatortje in de badkamer, alleen het geklots van de Prinsengracht tegen de romp en verderop het carillon van de Westerkerk. Na vier jaar op het water dacht ik alles wel eens meegemaakt te hebben. Blijkbaar niet.

Een huis dat beweegt, en een kabel die dat moet bijhouden

Wie nooit op een woonboot heeft gewoond, denkt vaak dat het net een gewoon huis is, alleen dan natter. Dat klopt voor de helft. Je hebt een keuken, een bank, een wasmachine die te veel lawaai maakt. Maar alle stroom komt binnen via één kabel vanaf de walkast op de kade, en die kabel hangt tussen een vaste wal en een boot die meegeeft met elke rondvaartboot die voorbijkomt. Met harde wind trekt hij een beetje. Met vorst wordt hij stug. En in de herfst, als het dagenlang miezert, kruipt het vocht overal in.

Bij mij aan boord betekent vocht vooral condens. Het staal is koud, de lucht binnen warm, en tegen de wanden in de slaapkamer parelt het water ’s ochtends gewoon naar beneden. Dat ik daar een stekkerdoos achter het bed had liggen, vond ik eerlijk gezegd nooit zo’n punt. Tot die dinsdag.

Klik, en dan weer klik

De aardlekschakelaar was eruit gesprongen. Ik zette hem terug, de koelkast sloeg aan, en na een minuut of twintig ging hij weer. Dat spelletje heb ik drie keer gespeeld voordat ik naar mijn werk moest, met een tas vol ontdooiende diepvriesspinazie bij de buren aan de overkant. Mijn buurvrouw Sanne woont al veel langer aan de gracht en zei direct dat ik niet zelf moest gaan zitten zoeken. Op een boot zit de installatie volgens haar vaak anders in elkaar dan je denkt, met verbindingen op plekken waar je zonder ervaring niet bij hoort te komen.

Diezelfde middag zocht ik vanaf kantoor naar een elektricien Amsterdam die ook aan boord wilde komen, want niet iedereen vindt het leuk om over een loopplank met een gereedschapskist te balanceren. Tegen vijven stond er een man in mijn kombuis die eerst rustig naar de walkabel keek voordat hij ook maar iets openschroefde. Hij liet me zien dat de wartel waar de kabel de romp in gaat een beetje was gaan lekken. Daarachter zat een lasdoos die nooit voor zo’n vochtige plek bedoeld was, met groene aanslag op de koperdraadjes. Elke keer als de boot iets bewoog en de condens zijn werk deed, ontstond er net genoeg lekstroom om de aardlek te laten reageren.

Wat ik nu anders doe aan boord

De lasdoos is vervangen door een exemplaar dat wel tegen vocht kan, de doorvoer is opnieuw afgedicht en de stekkerdoos achter het bed is verdwenen. Er zit nu een vast stopcontact op een droge plek in de wand, wat hoger, zodat er geen condenswater meer naartoe kan lopen. Hij raadde me ook aan om de walkabel elk najaar even na te lopen op scheurtjes en schuurplekken, vooral op het stuk waar hij langs de kademuur hangt. Dat doe ik inmiddels in september, als de eerste natte week eraan komt.

Wat mij vooral is bijgebleven, is hoe gewoon het allemaal begon. Geen kortsluiting, geen rook, gewoon een schakelaar die zijn werk deed. Een elektricien Amsterdam die vaker op het water werkt, kijkt daar anders naar dan iemand die alleen rijtjeshuizen kent, want de oorzaak zit op een boot zelden in de meterkast zelf.

Inmiddels is het weer donker als ik ’s ochtends opsta. De ramen beslaan nog steeds, het water klotst nog steeds, en de ontvochtiger draait op zijn eigen plekje. Alleen hoor ik nu de koelkast weer brommen als ik mijn boterham smeer, en dat geluid had ik nooit zo gemist als die ene ochtend.

Tags: